Netneutraliteit

Waarom je maar beter wakker ligt van netneutraliteit

Stefaan VETT, Vrije mening Reageer

Netneutraliteit, één van dé pilaren van het internet, ligt onder vuur. Veel mensen hebben geen idee wat het inhoudt, laat staan dat internetgiganten miljoenen uitgeven om het aan diggelen te lobbyen. Wie wint erbij, wie dreigt te verliezen?

Sommigen noemen netneutraliteit ‘artikel 1 in de grondwet van het internet’. Het wordt vaak ingewikkeld uitgelegd, maar is eigenlijk redelijk simpel. Om netneutraliteit te begrijpen moet je drie “hoofdpersonages” van het internet begrijpen. Bijvoorbeeld: jij surft naar de website van Hujo. Jij bent de eindgebruiker, Hujo is de leverancier van informatie. Je provider (Telenet, Proximus of andere) voorziet de infrastructuur om die info van de leverancier tot bij jou, de eindgebruiker, te krijgen. Bij netneutraliteit staat de provider centraal. Van hen wordt verwacht dat zij neutraal met de informatie omspringen. Of je nu naar hujo.be of naar facebook.com surft, er gelden geen voorrangsregels, alles komt met dezelfde snelheid tot bij jou. Het internet is open en informatiestromen worden gelijk behandeld, of het nu een webpagina van Hujo is, een e-mail van je moeder of een aflevering van House of Cards op Netflix. Tenminste, tot nu toe.

In Europa werden de regels hierover vorig jaar nog aangescherpt: providers mogen geen informatie blokkeren of vertragen, met enkele uitzonderingen zoals spam of virussen, die de veiligheid van het internet in gevaar brengen. In de VS ligt net neutraliteit echter onder het hakmes. Deze maand wordt gestemd over het terugschroeven van de regels rond netneutraliteit. Dat zou providers in staat stellen om een soort tolweg in te voeren. Wie betaalt krijgt dan sneller zijn info van punt A naar punt B. Wie niet betaalt moet langs de kleine, trage baantjes rijden.

Onder het presidentschap van Donald Trump werd de republikein Ajit Pai benoemd tot voorzitter van de telecomtoezichthouder FCC. Enkele jaren geleden was Pai advocaat bij telecombedrijf Verizon, dat al langer bekend staat omdat het netneutraliteit liever ziet komen dan gaan. Verizon ontwierp begin deze eeuw al samen met Google een overheidsvoorstel om de snelgroeiende mobiele markt uit te sluiten van de verplichting om alle soorten netwerkverkeer op gelijke voet te behandelen. De standpunten van Ajit Pai zijn een echo van de providers.

Wie wint, wie verliest?

De belangen zijn duidelijk: Verizon krijgt een smak geld van Google, die op haar beurt voorrang krijgt op concurrerende zoeksites. De grote winnaars in dit verhaal zijn de providers, die er veel aan kunnen verdienen. De leveranciers zoals Google, Facebook, Netflix spraken zich in juli samen met kleinere websites zoals Reddit en Etsy uit tegen het terugschroeven van de huidige regels, maar zijn daarom niet per se de grote mogelijke verliezers. Internetgebruikers die graag naar alternatieve sites surfen en die kleinere websites hebben het meeste te vrezen. Kleine websites, startups en activisten, omdat ze meestal het geld niet hebben om zich een plaatsje op het prioriteitsvak aan te schaffen. De gewone gebruikers zijn de dupe omdat hun surfgedrag beperkt wordt en bepaalde info minder vlot toegankelijk wordt.

Stel dat dit wordt teruggeschroefd, heeft dit dan ook impact op ons, Europeanen? Velen vrezen van wel. Vooral omdat veel Europeanen gebruik maken van Amerikaanse websites. Deze zouden wel eens heel hun businessmodel kunnen omgooien om zich aan te passen aan nieuwe Amerikaanse regels.
Daarnaast lobbyen providers ook in Europa druk tegen netneutraliteit. Wordt vervolgd!

 

Stefaan Van Parys

Foto: Flickr/Joseph Gruber

 

Extra kijktip: John Oliver over netneutraliteit